Posts tonen met het label Akiyama-sensei. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Akiyama-sensei. Alle posts tonen

zaterdag 31 augustus 2013

Hotaru

Wat was samen muziek maken toch heerlijk. Natsumi en Rima klonken perfect in harmonie. Hiro zong mee alsof hij totaal zijn best niet deed, maar klonk toch bizar goed. Zelfs Ren, Koharu en Akiyama-sensei zongen het laatste refrein enthousiast mee. Al leek Akiyama-sensei wat moeite te hebben met de pitch, die we voor het gemak een stuk omhoog hadden gezet.

Because maybe, you're gonna be the one that saves me.

Ik had een haat-liefde relatie met dit liedje. Het was zo ontzettend uitgemolken en overused, maar het was zo makkelijk te spelen en te zingen, en op avonden als dit deed het liedje het gewoon erg goed, al was het alleen maar omdat ieder levend wezen op deze planeet de tekst kende. Na het allerlaatste refrein begon ons publiek te klappen, en het was niet zo overweldigend als ons eerste optreden, maar het voelde zeker goed. "Zelfs improviserend zonder instrumenten zijn jullie nog goed!" zei Akiyama-sensei grijnzend. "Dankje!" riep ik opgelaten, en ik voelde de hete gloed van het vuur op mijn wangen. Ren stond op om iets tegen Rima te zeggen en Koharu liep naar een paar van haar vriendinnen die naar ons waren komen kijken en ineens zaten Akiyama-sensei en ik weer naast elkaar. Hij schoof ietsjes naar me toe en wees naar mijn gitaar. "Mag ik?" vroeg hij. Ik trok een wenkbrauw op. "Speel jij gitaar?" Akiyama-sensei haalde één schouder op. "Ik speelde, in mijn jonge jaren. Ik ben benieuwd of ik het nog kan." Ik tilde mijn gitaar op en Akiyama-sensei pakte hem voorzichtig aan. Tijdens het aanpakken van de gitaar raakte hij per ongeluk mijn hand aan, wat me enigszins verbaasde. De gitaar was groot genoeg om zulk contact te voorkomen, leek me. Niet dat ik het erg vond. Ik staarde strak in de knetterende vlammen terwijl Akiyama-sensei wat begon te tokkelen. Het was een stuk beheersder dan de slordige akkoorden die ik speelde, en het maakte me rustig. Ik bekeek mijn vrienden in het flikkerende licht van het vuur. Koharu was inmiddels weer bij Jun gaan zitten en Katashi prikte pissig met een tak in het vuur. Natsumi en Hiro zaten met hun schouders tegen elkaar aan en Natsumi praatte zachtjes, terwijl Hiro ingespannen naar haar luisterde, alsof hij als de dood was dat hij ook maar een woord zou missen. Rima praatte met Ren, en ik voelde me ineens bizar eenzaam. Ik wensde bijna dat ik mijn gitaar bij me had gehouden, dan zou ik nu iets te doen hebben, maar Akiyama-sensei speelde zo mooi... Rima rilde en warmde haar handen aan het vuur. Hiro stond op en trok zijn donkerrode hoodie open. Hij liep naar Rima toe en liet het kledingstuk op haar hoofd vallen. Rima keek hem met grote verbaasde ogen aan, en Hiro grijnsde alleen maar, terwijl hij zijn plekje naast Natsumi weer opzocht en het gesprek hervatte. Zelf begon ik het ook koud te krijgen. De lucht leek leger en killer te worden. Het duurde even voor ik doorhad dat Akiyama-sensei was opgehouden met spelen. Ik keek om en zag hem met een pijnlijk gezicht naar zijn vingers kijken. "Dat dacht ik al." mompelde hij. "Te lang niet gespeeld. Ik heb helemaal geen eelt meer." "Het klonk anders niet slecht." zei ik terwijl ik mijn gitaar weer in zijn koffer legde en het deksel dichtklikte. "Dankjewel." zei Akiyama-sensei met zichtbare trots. "Wat een gentleman is dat toch hè?" Hij gebaarde met zijn hoofd naar Hiro. Ik glimlachte. Rima had de capuchon van het veel te grote vest over haar hoofd getrokken en staarde nu met een afwezig glimlachje in de vlammen. Ze zag er ontzettend schattig uit in het enorme vest. Alleen haar vingertoppen staken uit de mouwen. "Ja," zei ik instemmend. "Hiro is te attent voor deze wereld."

vrijdag 30 augustus 2013

Natsumi

Toen de schemering begon in te vallen, verplaatste iedereen op kamp zich als een man naar het kampvuurterrein. "Ik geloof dat je toch een beetje enthousiast geweest bent met de inkoop van die marshmallows, Rima-chan." zei Jun met een grijns. Rima glimlachte een beetje verlegen. Ze had inderdaad ruim ingeslagen. In totaal waren er zes zakken marshmallows. "Ach, je kunt nooit genoeg marshmallows hebben." zei Hotaru, met in haar ene hand een roze zak met roze en witte marshmallows, en in haar andere hand een gitaarkoffer. Ik hield zelf twee zakken tegen mijn buik aan gedrukt. Na een paar minuutjes door het bos te hebben gelopen, kwamen we aan bij het meertje, waar op het brede strand verscheidene kampvuren al vrolijk stonden te branden.We waren redelijk vroeg, dus we hadden het echt voor het uitzoeken. We kozen uiteindelijk een kampvuur dichtbij het water, waar toen alleen nog maar Akiyama-sensei zat. Het duurde niet lang voordat ook Ren aan kwam wandelen. Hij ging tussen Rima en Hiro inzitten. Hotaru, die tussen mij en Akiyama in zat, was met hem in gesprek en Jun probeerde Katashi een beetje minder chagrijnig te laten zijn door zijn haar door de war te maken. De poging mislukte echter jammerlijk en Katashi keek nog norser ervoor. Ikzelf had een van de zeldzame momenten waarop ik er intens van genoot om stil te zijn en te genieten van de geluiden om me heen. Ik zuchtte even diep van geluk terwijl ik de geur van het brandende hout opsnoof en glimlachend in de vrolijke vlammen keek en luisterde naar het gelach en gepraat van de mensen om me heen en het knisperen van het vuur. Gedachteloos liet ik mijn hoofd tegen Hiro's schouder aanvallen. Ik had niet eens doorgehad dat ik het deed, tot ik het al gedaan had en ik keek even schuin omhoog naar Hiro's gezicht om toestemming te vragen voor het lenen van zijn schouder. Hij leek een klein beetje geschrokken te zijn, maar toen ik naar hem glimlachte, glimlachte hij terug en ik richtte mijn blik weer op het vuur. "Ik hou heel erg veel van vuur als het niet bezig is huizen en mensen te verteren." zei ik dromerig. Hiro grinnikte even, waardoor zijn schouder lichtjes schudde. "Ik ook." stemde hij in. In de verte hoorde ik Koharu "Hideyoshi-senpai! Eindelijk, ik kon je echt al nergens vinden!" roepen, en ik zag hoe ze zich tussen Jun en Katashi inwurmde. Bij andere kampvuren werden spookverhalen verteld en zo nu en dan hoorde je een meisje bang gillen. Ik ging weer rechtop zitten, en greep een van de takken die naast de halve boomstammen lagen waar we op zaten. "Goed. Het is hoog tijd voor marshmallows." zei ik terwijl ik een zak openscheurde en een tiental marshmallows op de stok reeg. "Ja, ik doe mee!" zei Hotaru, die zelf ook een stok gepakt had en een marshmallow op het topje zette. Het duurde niet lang voor de marshmallows zacht en fluffig waren en ik pakte er een van de tak met mijn tanden. Toen hield ik de tak voor Hiro's gezicht. "Hier. Eet smakelijk." zei ik lachend. Hiro pakte de tak vast met zijn handen en wou met zijn vingers een marshmallow eraf schuiven. "Wow, stop. Handen zijn voor losers." zei ik streng. Ik bewoog de tak van hem weg terwijl hij me aankeek met een opgetrokken wenkbrauw. "Echt?" zei hij, met zijn hoofd een beetje schuin. "Ik ben bloedserieus." antwoordde ik. Hiro deed zijn handen op zijn rug en grijnsde. "Challenge accepted." zei hij en ik bracht de stok weer naar zijn mond. Hij pakte een zachte marshmallow vast met zijn tanden en schoof hem langzaam naar het einde van de stok. Ik begon te juichen toen hij hem los had gekregen. "Goedzo Hiro-pon." zei ik blij. Toen we alle marshmallows die we opkonden hadden gegeten, waren er nog twee zakken over. "Goed, ik geloof dat het nu wel tijd is voor een beetje muziek. En hé, we hebben geluk want er is toevallig een complete band aanwezig bij dit kampvuur." zei Akiyama-sensei na een tijdje. Een grote glimlach vormde zich op mijn gezicht. "Kampvuur concert!" riep ik blij. Hotaru had ondertussen haar gitaar er al bij gepakt. Ren en Koharu waren bij Akiyama gaan zitten, zodat we als band naast elkaar zaten. We hadden al snel overlegd welk liedje we gingen spelen. Jun zat in het midden en begon tussen zijn benen door een ritme te slaan op het hout van de halve boomstammen. "Wacht wacht wacht!" riep ik snel naar Jun. Hij stopte abrupt met slaan en keek me verbaasd aan. "Een echte band kan niet optreden zonder aankondiging." zei ik vastberaden. "Natsumi, we zitten aan een kampvuur op een stom schoolkamp. Dit is geen optreden." Ik haalde diep adem en ging staan. "Nou, de marshmallows waren van een flutmerk uit een of andere slechte winkel waar stiekem niks is wat je denkt dat het is, maar dat betekent niet dat het geen marshmallows is. Zolang we dit een optreden maken, is het een optreden. Dus, Katashi, ssssssh. We hebben een aankondiging nodig." zei ik. Ik ging gauw weer zitten. Katashi had zijn mond opengetrokken om waarschijnlijk dingen te zeggen die totaal niet aardig waren, maar Jun had sussend zijn hand op zijn schouder gelegd en hem kennelijk gerustgesteld met zijn glimlach, want hij drukte zijn lippen weer stijf op elkaar. "Goed. Koharu-chan?" zei ik, terwijl ik het meisje aan het andere kant van het vuur aan probeerde te kijken zonder dat mijn ogen werden verblind door het licht. Koharu was al opgesprongen. Ze had haar handen aan haar lippen gezet en sprak met stemverheffing. "Dames en heren!" "Jun, tromgeroffel." siste ik naar Jun. Jun begon te trommelen. "Mag ik uw aandacht voooooooor.... Pizzaflavouredcottoncandy met Wonderwall!" Akiyama-sensei, Ren en Koharu begonnen alledrie te klappen en Jun begon opnieuw het ritme te drummen op het hout. Katashi viel na een tijdje in en speelde er een simpel ritme doorheen en Hotaru begon op haar gitaar te spelen. Na het intro vielen Hotaru, Rima en ik in met de zang. Ik keek met opgetrokken wenkbrauwen naar Hiro, omdat hij niet meezong. Ik stootte hem aan met mijn elleboog en uiteindelijk zong hij toch ook het tweede couplet mee. Ondertussen hadden een paar mensen die bij andere kampvuren hadden gezeten zich verzameld om de onze. Ik glimlachte terwijl ik blij aan het zingen was en ik bewoog mee op de muziek. Ik was elke keer weer verrast over hoe geweldig het voelde om muziek te maken met deze mensen. Met mijn vrienden. Toen we klaar waren met spelen, kregen we applaus van ons publiek. Ik stond op en trok Hiro en Hotaru mee omhoog. Uiteindelijk stonden we allemaal en maakten we een buiging. Ik grijnsde. Kamp had niet beter kunnen beginnen.

dinsdag 26 februari 2013

Hiro

Natsumi was waarschijnlijk zenuwachtiger dan Katashi en ik. "Oké." zei ze op hyperactieve fluistertoon, toen de bus langzaamaan begon leeg te lopen. "Weten jullie nog wat je te doen staat?" "Gewoon achter Jun aanlopen." zei Katashi onverschillig. "Zo ingewikkeld is het niet." "Het is belangrijk dat je deze missie niet onderschat, Katashi-dono!" zei Natsumi ernstig. "En laag blijven!" zei ze tegen mij met uitgestoken wijsvinger. "Zorg dat je geen aandacht trekt. Blijf in het midden van een groep, ga niet ergens aan de randen lopen." "Het komt goed, Natsumi." zei ik sussend. "We weten wat we moeten doen." Natsumi haalde diep adem en knikte toen. Ondertussen was de bus bijna leeg. "Daar gaan we dan." zei Hotaru. We liepen in een rij naar de deur, waar Akiyama-sensei stond om iedereen te tellen. Kurizawa-sensei stond een stukje verderop met een groeiende groep leerlingen. De leerlingen van Akiyama-sensei's klas bleven bij de bus staan, zonder de anderen de weg te versperren. Beter hadden we het bijna niet kunnen treffen. We hoefden alleen maar bij de bus te blijven staan tot Akiyama-sensei klaar was met tellen. We liepen naar buiten terwijl Akiyama-sensei ingespannen over onze hoofden heen keek naar de mensen die nog naar buiten kwamen en fluisterend telde. Katashi en ik wurmden ons zorgvuldig naar het midden van de leerlingen en ik liet me enigszins door mijn knieën zakken. Na ons kwamen er nog maar een paar leerlingen uit de bus. Nadat iedereen zijn bagage had gepakt verdween Akiyama-sensei naar binnen om iets tegen de chauffeur te zeggen en kwam toen weer naar buiten. De deur van de bus ging dicht en de bus reed weg. Akiyama-sensei verhief zijn stem. "Oké. Hier zijn we dan. Edgewood Springs. Hij wierp een vlugge blik op zijn horloge. "Het is nu... Kwart voor twee. Oké. Om drie uur wordt er een rondleiding gegeven over het terrein. Tot die tijd hebben jullie de tijd om uit te pakken, te vechten om de minst beschimmelde matrassen en bij te komen van de reis. Oké, volg mij." Hij ging ons voor een bos in. Al snel waren we omringd door hoge loofbomen en liepen we over een knisperige deken van gedroogde blaadjes. Onder de kronen van het bos voelde ik me kleiner, waardoor ik vergat me nog kleiner te maken. Toen ik me realiseerde dat ik neerkeek op het meerendeel van mijn medeleerlingen, was het al te laat. Ik wierp schichtig een blik op Akiyama-sensei, alleen maar om te zien dat die terugkeek. Hij trok zijn wenkbrauwen op in een uitdrukking van herkenning, en ik dook zo snel omlaag dat ik bijna de leerling vóór me omver duwde. "Shit." zei ik met opeengeklemde kaken. "Wat?" vroeg Natsumi naast me, ietwat paniekerig. "Hij zag me." fluisterde ik, voortschuifelend met gebogen knieën. "Wie?" vroeg Jun, een verontruste uitdrukking op zijn gezicht. "Akiyama-sensei." Even bleef het stil, en ik verwachtte ieder moment de stem van Akiyama-sensei te horen. Hij zou mijn naam roepen en me vragen naar voren te komen. "Leuk geprobeerd." zou hij dan zeggen met die scheve grijns van hem, en dan zou hij me naar de hut van Kurizawa-sensei sturen. Weg van Natsumi, Jun, Hotaru en Rima. Misschien zou Katashi nog een kans hebben, maar Akiyama-sensei zou nu beter op gaan letten. Ik had alles verpest met mijn onvoorzichtigheid. Maar een paar minuten lang schuifelden we zwijgend voort, en Akiyama-sensei zei geen woord. "Weet je zeker dat hij je gezien heeft?" zei Hotaru op gedempte toon. Ik knikte heftig. "Hij keek me recht aan!" "Misschien herkende hij je niet?" suggereerde Rima. "Dat lijkt me heel sterk... Hij kent de band toch?" "Hij kent vooral Hotaru." zei Katashi nors. "Mij heeft ie al twee keer Fujitaka genoemd." "Je bent ook niet erg opvallend, Katashi." lachte Hotaru. De persoon voor me bleef plotseling stilstaan en opnieuw knalde ik bijna tegen het blonde achterhoofd aan. Toen ik om me heen keek zag ik dat de hele groep stilstond. (Lastig te zien als je net zo klein bent als de rest. Ineens vroeg ik me af hoe Rima's leven was. Die was altijd zo klein, kleiner nog.) Voor ons doemde een oud, houten gebouwtje op. Twee hout-met-glazen deuren gingen open en de groep stroomde naar binnen. We stonden in een brede gang met grauw, bobbelig linoleum  op de vloer. De muren waren bedekt met houten panelen waar doffe witte verf vanaf bladderde. "Deze kant is voor de dames." zei Akiyama-sensei, met stemverheffing. "En deze kant voor de heren. Vanzelfsprekend is het de bedoeling dat de heren uit de damesslaapzalen blijven en vice versa. Niet vechten om wie waar slaapt, ik kan je garanderen dat alle bedden even oncomfortabel zijn. Zoek maar een slaapplaats." De mensen het dichtsbij de deuren openden de deuren naar de slaapzalen en de menigte wrong zich naar binnen. "Tot straks." zei ik tegen Natsumi en de anderen. "Succes!" riep Natsumi, voordat ze naar haar slaapzaal liep en ik naar de mijne. In een grote menigte middenin een bos was 'in het midden blijven' niet zo moeilijk. Maar in een rij voor de deur van een slaapzaal was het een ander verhaal. Akiyama-sensei stond nog steeds in het midden van de gang toen ik de deur bijna bereikt had. Katashi was al veilig binnen, maar ik was nog een halve meter van de deur verwijdert toen Akiyama-sensei mijn kant op keek. Als hij me de eerste keer niet gezien had, dan zag hij me nu zeker, en even was ik ervan overtuigd dat hij me zou roepen, wenken, aan mijn oor uit de rij zou slepen, of iets van die strekking. Het laatste wat ik verwachtte was wat er daadwerkelijk gebeurde: Akiyama-sensei grijnsde naar me, gaf me een vette knipoog, en richtte zijn aandacht weer op de meisjes, die al even ongeduldig bij de deur van hun slaapzaal stonden te dringen. Stomverbaasd liep ik de slaapzaal binnen, waar Jun en Katashi al een stapelbed hadden geclaimed. Katashi het onderste bed en Jun het bovenste. Jun gebaarde naar het stapelbed naast dat van hun. "Hiro, onder of boven?" Ik staarde hem even aan, nog steeds verbaasd over Akiyama-sensei's reactie. Hij wist dat ik hier was, en hoogstwaarschijnlijk ook dat Katashi er was, maar hij had blijkbaar besloten er niks aan te doen. We waren succesvol geïnfiltreerd in de klas van Natsumi, Jun, Hotaru en Rima. Een brede grijns brak door op mijn gezicht. "Boven." zei ik triomfantelijk.

vrijdag 22 februari 2013

Natsumi

Ik moest altijd nodig naar de wc als ik lang in een bus had gezeten. Toen Hotaru en ik klaar waren, liepen we samen het restaurant weer in. Ik ging even op mijn tenen staan om het hele restaurant door te kunnen kijken. "Zie jij het vriendschappelijke kamp, soldaat Hotaru?" zei ik serieus, terwijl ik mijn hand boven mijn ogen zette. Ik snapte niet zo goed waarom mensen dat deden als ze verder wilden kijken, maar het zag er altijd wel heel leuk uit. Hotaru legde lachend haar hand op mijn schouder en trok me weer naar beneden. "Ja, kijk. Ze zitten daar bij het raam." zei ze, terwijl ze even wees. "Oh ja." zei ik en ik liep er vrolijk op af. Onderweg kwamen we Jun en Katashi tegen, die net eten uit hadden gezocht. Ze hadden allebei een dienblad met wat broodjes en Jun had ook nog wat patat gescoord. "Hmm. Lekker." zei ik nadat ik een patatje van het dienblad had gepakt en het in mijn mond had gestopt. "Fijn dat je even voorproefde. Nu weet ik tenminste dat het niet vergiftigd is." zei Jun vrolijk. Hij schoof vrolijk aan naast Rima. Aan de andere kant van de tafel zat Ren. Hotaru ging naast hem zitten en daar weer naast zocht Katashi zijn plekje. Ik pakte een extra stoel bij een andere tafel vandaan en zette hem omgekeerd aan het hoofd van de tafel. Ik ging op de omgekeerde stoel zitten en leunde met mijn armen op de rugleuning. "Hoelang moeten we straks nog in de bus?" vroeg ik aan niemand in het bijzonder met de stemfrequentie van een vierjarig kindje dat veel te veel suiker heeft gehad. "Nog zo'n twee uur." zei Hiro. Ik pakte nog een patatje van Jun en keek er even naar. "Dat is nog best wel lang." zei ik een beetje sip. Ik stopte het patatje in mijn mond. Jun en Katashi hadden hun voedsel ondertussen al op. Die jongens aten als wilde aardvarkens die dagen vast hadden gezeten in een tunnel onder de grond waar geen wormen waren en toen ineens in een wormen lawine terecht waren gekomen. Heel erg snel dus. "Jongens, het kwartier is voorbij. Iedereen weer terug naar de bus!" riep Akiyama-sensei vanaf de deur van het restaurant. "Aah, nu al?" zei Rima. Ze rekte zich nog even uit met haar kleine armpjes en Ren kon het weer niet weerstaan om er een foto van te maken. Ik glimlachte eventjes. "Nou, kom op jongens! Terug naar de bus!" zei Jun, nog steeds vrolijk. "Volgens mij heeft Jun zin om het gesprek over konijntjes verder te voeren." merkte Hotaru nonchalant op terwijl ze opstond en haar stoel weer aanschoof. Juns wangen werden een heel klein beetje roder dan dat ze waren en hij reageerde niet. We liepen weer met z'n allen terug naar de bus.We gingen weer allemaal op dezelfde plek zitten en ik zat dus weer naast Hiro en naast het raam. Koharu was niet teruggekomen en het was een stuk stiller geworden aan onze kant van de bus. Jun was met zijn vingers gaan tikken op de stoel voor hem, die leeg was. Het was een ingewikkeld en snel ritme dat zichzelf vaak herhaalde. Toen ik erop ging letten, merkte ik dat Katashi steeds op hetzelfde moment in het ritme tegen de stoel voor hem schopte. Ik veerde overeind en klapte een paar keer in mijn handen op het ritme. Jun stopte en keek om. "Wat is er?" vroeg hij. "Nee, nee! Ga door!" zei ik, terwijl ik met mijn handen naar de stoel wuifde. Jun haalde zijn schouders op en ging weer verder met tikken.  Hiro keek me een beetje onbegrijpend aan, maar Hotaru leek het ook door te hebben. Ze begon zachtjes een melodietje te neuriën. Het duurde niet erg lang voor we met de hele band een leuk ritme en geneurie in elkaar hadden gezet. Uiteindelijk werd het zelfs een liedje. Het was zo leuk, dat de tijd voorbij vloog en we zomaar aangekomen waren op het kamp.

zondag 17 februari 2013

Hotaru

Natsumi en Koharu praatten vrolijk over paarden en konijntjes en kleding en make-up, en Jun nam bizar veel deel aan het gesprek. Rima en ik zaten net te ver weg om echt een bijdrage te leveren (dan zouden we moeten schreeuwen, dus leunde ik maar achterover en observeerde de anderen. Katashi zat met zijn hoofd tegen het raam aan geleund en leek het niet zo naar zijn zin te hebben. Hiro volgde nauwlettend het gesprek tussen Natsumi en Koharu. Of beter gezegd, hij volgde Natsumi nauwlettend tijdens dat gesprek. Rima staarde wat dromerig naar Hiro's profiel. "Hij heeft me gered." mompelde ze zachtjes. "Van de spin." "Ja, hij is een goede jongen." stemde ik in. "Maar ik zou je ook gered hebben hoor, Rima-chan. En Jun ook, en waarschijnlijk zelfs Katashi-dono, als de nood aan de man was." Rima zuchtte. "Dat weet ik wel..." Arme Rima. Hoe leuk ze het ook had met Ren, ze was duidelijk nog lang niet over Hiro heen. Ik pakte haar hand en kneep er zachtjes in. Rima gaf me een treurig glimlachje, en keek toen weer naar Hiro. Op dat moment kwam Akiyama-sensei aangelopen door het gangpad. Er ging een nerveuze spanning door de groep en Natsumi liet zich terug in haar stoel zakken. "Dag dames." zei hij, toen hij ter hoogte van Koharu en Sayuri's stoelen stond, met een knikje naar mij en Rima. Er klonk een zacht gegrom uit Katashi's stoel. "En heren." voegde hij er snel aan toe. "Hallo Akiyama-sensei!" kraaide Koharu met een hoog stemmetje. "Ik heb koekjes gebakken, wilt u er ook één?" Ze hield het zakje omhoog en Akiyama-sensei staarde er wat gedesoriënteerd naar. Ik vond het leuk dat Natsumi en Jun zo goed met haar overweg konden, maar zelf was ik, merkte ik, stiekem ook niet bepaald haar grootste fan. "Eh... Nee, dankje, Niigaku, ik hou niet zo van koekjes. Maar toch bedankt." Koharu liet haar zakje weer zakken en keek wat beteuterd. "Hoe kun je nou niet van koekjes houden?" Akiyama haalde zijn schouders op. "Vrij makkelijk. Ik hou ook niet van puppies, en ook niet van eenhoorns." Hij wreef met twee vingers over zijn kin alsof hij zich probeerde te herinneren wat hij ging zeggen en keek uit het raam. "Over ongeveer tien minuten houden we een korte pauze." zei hij toen. "De bus moet tanken, en jullie krijgen allemaal een kwartiertje om even de benen te strekken, wat te eten," -hij wierp een enigszins schichtige blik op Koharu's koekjes- "te drinken en gebruik te maken van het toilet." "Mooi," zei Katashi nors. "Ik ben zo stijf als een plank van die stomme busstoelen."

Inspiratieloos stukje is inspiratieloos.

woensdag 29 augustus 2012

Hotaru

Ik hees mijn rugzak op mijn schouders en wachtte tot Natsumi al haar tassen bij elkaar had. Rima stond al in de gang met haar koffer op wieltjes. "Klaar?" vroeg ik aan Natsumi, die hijgend en puffend probeerde al haar tassen vast te houden. Ze knikte enthousiast en liep de gang op. Grinnikend volgde ik haar. Met zijn drieën liepen we naar buiten, waar de bussen al stonden te wachten. We liepen naar het bagageruim en zodra we stilstonden klonk er een doffe dreun, en ik meende de grond te voelen trillen toen Natsumi haar bagage op de grond liet vallen. "Daar gaan de mokken." giechelde Rima. "Nee hoor!" riep Natsumi. "Ik heb ze heel goed ingepakt tussen mijn kleren." Ze begon haar tassen één voor één in het bagageruim van de bus te proppen en Rima en ik volgden haar voorbeeld. Toen mijn tassen in de bus stonden scande ik de menigte. Het duurde niet lang voor ik Jun's blonde hoofd herkende. Ik trok Natsumi aan haar mauw mee, en ze zwaaide enthousiast naar Jun. Gelukkig waren de bussen nog niet per klas gescheiden. Jun kwam naar ons toe geslenterd, vergezeld door Hiro en Katashi. "En, weet je het strijdplan nog?" vroeg Natsumi op gedempte toon. Hiro kneep één oog dicht terwijl hij nadacht over Natsumi's strijdplan. "Als de bus aankomt stappen we samen met jullie uit en houden we ons gedeisd. Dan sneaken we met jullie mee, en met Jun mee de hut in." Natsumi knikte goedkeurend. "Foutloos, soldaat." zei ze met een grijns. Katashi haalde zijn schouders op. "Noem je dat een strijdplan? Wat als we gepakt worden?" Natsumi schudde haar hoofd. "Dat worden jullie niet! Het plan is waterdicht." Ik kon een giechel niet onderdrukken. Ik moest toegeven dat Natsumi's plan wat risico's overliet, maar het was het enige plan dat we hadden en ik wist niet zo goed hoe we het anders zouden moeten doen. "Zak wel een beetje door je knieën als je met ons meeloopt, Hiro." Hiro keek me verbaasd aan. "Waarom?" Ik liep grinnikend naar Hiro toe en sjorde hem aan zijn schouders omlaag. "Omdat dat hoofd van jou overal bovenuit steekt. En hoe graag we allemaal je hoofd ook zien, je moet niet opvallen." Hiro gooide er een ongemakkelijk lachje uit. "Ja. Oké. Je hebt gelijk."
"Zijn jullie er klaar voor?" klonk een bekende stem. Ik draaide me om en zag Akiyama-sensei naar ons toe lopen. Snel liet ik Hiro's schouders los. "Helemaal!" riep ik snel. De rest van de groep knikte stilletjes. Akiyama-sensei glimlachte naar ons en liep door naar de bus. "Denk je dat hij ons doorheeft?" vroeg Rima bezorgd. "Die grijns en alles." "Welnee." zei ik geruststellend. "Zo kijkt hij altijd." "Dat hoop ik dan maar." zei Rima nerveus, en ik moest bekennen dat ik er niet helemaal van mijn gelijk overtuigd was.

woensdag 4 januari 2012

Hotaru

Verbaasd keek ik naar de lange, slanke gestalte voor de klas. Akiyama-sensei? Onze nieuwe mentor? Wauw. Dat was een onverwachtse wending! Uit de klas steeg een opgewonden geroezemoes op. Dat was ook wel logisch; Akiyama-sensei was behoorlijk populair. Dat kwam omdat hij nog jong was, veel inlevingsvermogen had en met een aanstekelijk enthousiasme over zijn lesstof vertelde, maar voor mij was een nog een andere reden om blij te zijn met dit nieuws. Sinds onze dans op het bal had ik best wel veel aan Akiyama-sensei gedacht. Niet dat ik er iets achter zocht natuurlijk. Het was maar een dansje, niks bijzonders. En ik had verder echt geen romantische gevoelens ofzo... Ik vond hem gewoon... aardig. Heel aardig... De volgende aankondiging zorgde voor zo mogelijk nog meer opwinding dan deze; het schoolkamp stond voor de deur. "Schoolkampen zijn best leuk." hoorde ik Natsumi achter me zeggen. Ik keek achterom en zag haar dromerig voor zich uit kijken. Grijnzend draaide ik me weer naar Akiyama-sensei, die afwezig aan zijn onderarm krabte terwijl hij naar een A4tje in zijn handen keek. "Dit jaar is de bestemming van het kamp het prachtige ongerepte Edgewood Springs." las hij voor met een ietwat cynische ondertoon. "Lijkt mij gewoon een groep low-budget blokhutjes." mompelde hij, terwijl hij het papier omdraaide zodat de klas het plaatje kon zien. Er ging een onderdrukte giechel door de klas. "Iedere klas slaapt in een eigen hut." ging hij verder. "Iedere hut heeft twee slaapzalen. De jongens en de meisjes slapen dus apart." "Aaah! Wat flauw!" riep Namikawa Mayuki, een meisje met een nogal sletterige reputatie. "We zijn toch geen kleine kinderen meer!?" "Inderdaad." zei Akiyama-sensei droog. "Als dat zo was, was er namelijk geen reden om jullie apart te laten slapen." De mensen in ons hoekje hadden heel andere zorgen. "We slapen apart per klas!" siste Rima gealarmeerd. "En Hiro en Katashi dan?" Jun trok een pruillipje. "Dan ben ik helemaal alleen!" zei hij zielig. Natsumi stak haar hand uit en woelde ermee door zijn blonde haren. "Arm jongetje, aw." zei ze vol medelijden. "Ik zou eerder medelijden hebben met Hiro en Katashi!" zei ik zachtjes. "Die gaan dus met Kurizawa-sensei!" Jun slikte hoorbaar. "Arme Katashi." "Arme Hiro!" wierp Natsumi tegen. Jun hield zijn hoofd een beetje schuin. "Hiro kan Kurizawa wel hebben, hij geeft haar toch nooit een reden om kwaad op hem te worden, maar heb je Katashi ooit horen zwijgen over iets wat hem niet beviel?" Natsumi keek peinzend voor zich uit. "Daar heb je een punt." zei ze ernstig. "En aan een blokhutjesschoolkamp met Kurizawa zal er een hoop zijn dat hem niet bevalt." "Om nog maar te zwijgen van het feit dat Kirino in die klas zit..." zei Jun zachtjes. Iedereen keek even zwijgend voor zich uit terwijl we ons allemaal afvroegen over wie we ons meer zorgen moesten maken; Katashi, of Kurizawa-sensei." "We moeten ze redden." zei Natsumi na een tijdje. "Maar hoe?" Jun schoot in de lach. "Is goed joh. Ik vis mijn Superman-kostuum wel even uit de kast." Natsumi's ogen werden groot. "Dat is eigenlijk best een goed idee!" Jun keek haar verbaasd aan. "Je maakt een grapje toch?" Natsumi schudde haar hoofd. "Niet Superman! Maar als we ze nou vermommen, en ze dan meesmokkelen! Akiyama-sensei kent onze klas toch nog niet zo goed. Het valt hem vast niet op als we twee infiltranten hebben!" Dat was best een goed idee. Ik hoopte alleen dat Akiyama ons niet zou betrappen. Al had ik dan misschien geen bijzondere gevoelens voor hem, ik had ook liever geen ruzie met hem. "Het zou kunnen werken..." zei Jun rustig. "Maar dan wel zonder het Superman kostuum." Voor Natsumi de kans kreeg om daarop te reageren nam Akiyama-sensei het woord weer. "Nou, dan heb ik verder niks meer te zeggen en mogen jullie wat mij betreft gaan. Vergeet op je weg naar buiten niet een folder mee te nemen. Daarin staat alles wat je over het schoolkamp moet weten." Hij wees op een grote stapel boekjes op de hoek van zijn bureau. De leerlingen stonden op en begonnen richting de uitgang van het lokaal te drommen. "Gaan jullie maar vast." zei ik tegen Natsumi en de anderen. "Ik moet even wat gegevens met Akiyama-sensei bespreken. Over als ik ziek wordt op het kamp enzo." Rima knikte begripvol. Ik zuchtte diep. Aan het begin van het schooljaar had ik Kikawa-sensei op de hoogte gebracht van mijn slechte gezondheid en wat er moest gebeuren als ik ziek werd enzo, maar Akiyama-sensei wist dat natuurlijk allemaal nog niet. Niet bepaald het beste gespreksonderwerp dat ik kon bedenken, maar ik had het vermoeden dat een gesprekje hierover met Akiyama-sensei minder onaangenaam zou zijn dan het gesprek dat ik aan het begin van het schooljaar met Kikawa-sensei had gehad.

Natsumi

Ik leunde lui tegen de vensterbank en keek met een schuin oog naar buiten. De zon scheen een beetje dof door de lichte bewolking heen. Een paar verdwaalde zonnestralen schenen op het grasveld en zorgden ervoor dat de belichte velden een fel groene kleur hadden. Een van die zonnestralen scheen precies op mijn gezicht. En hierdoor voelde ik me steeds duffer en slaperiger worden. Tot ik opeens een harde punt in mijn wang voelde. Het projectiel dat dit had veroorzaakt viel op mijn schouder en daarna op mijn schoot. Mijn vingers pakten het langzaam op en zorgden ervoor dat het binnen mijn blikveld kwam. Het was een vliegtuigje. Een papieren vliegtuigje. Ik keek een beetje duf naar rechts, en zag hoe Jun met een slome grijns, onderuitgezakt op zijn stoel, naar me keek. “Mooi.” Zei ik langzaam, voordat ik het vliegtuigje terug gooide. We zaten naast elkaar te wachten tot onze mentorles eindelijk eens zou beginnen, maar het schoot niet op. De man was nu al zo’n kwartier te laat. Jun had ondertussen een nieuwe hobby gevonden. Hij gooide propjes naar Hotaru’s achterhoofd. Hotaru en Rima zaten namelijk voor ons. Het was inmiddels drie weken geleden dat het bal was geweest, en inmiddels ging alles weer zijn gangetje. En was het nogal saai. Rima zat haar nagels te lakken terwijl ze wachtte. Een zacht roze kleur. De scherpe geur van de nagellak drong mijn neus in en zorgde ervoor dat ik net niet in slaap viel. Kikawa-sensei kwam nooit te laat. Toen ging de deur opeens met een klap open en kwam er iemand binnen met een paar mappen in zijn arm. Ik keek duf naar het bureau en verwachtte dat Kikawa-sensei ieder moment daar kon verschijnen, de mappen op tafel zou leggen en een uitleg zou geven waarom hij te laat was. Maar in plaats daarvan verscheen er een ander gezicht bij het bureau. En wel het gezicht van Akiyama-sensei. Ik knipperde een paar keer met mijn ogen en iets in mijn hoofd zei dat ik nu beter op kon letten. Ik ging wat rechter zitten en leunde met mijn hoofd op mijn handen. “Zo. Jullie hadden me hier natuurlijk niet verwacht dit uur, maar ik heb niet zulk goed nieuws. Kikawa-sensei lijdt momenteel aan zware hernia en zal waarschijnlijk het hele komende jaar niet op school te zien zijn.” Het was stil in de klas. Iedereen leek dit wel een interessant onderwerp te vinden. "Dat betekent dat jullie een andere mentor moeten hebben. En hiervoor hebben ze mij gevraagd." ging Akiyama-sensei verder. Oké. Dit was zeker interessant. Kikawa-sensei was een prima gozer, maar toch wel een beetje ouderwets en zijn lessen waren vaak saai. Hij gaf wiskunde. Misschien dat, dat er ook wel iets mee te maken had. Maar Akiyama-sensei was een heel ander verhaal. Hij was nog jong, en hij maakte zijn lessen echt interessant. De geschiedenis ging echt leven als hij aan het woord was. "Oké. Dat is een goed iets." zei ik dan ook knikkend. Jun maakte een instemmend geluidje. Rima en Hotaru leken het ook niet echt erg te vinden. Dit zorgt maar voor een paar veranderingen voor jullie. Ten eerste zal ik jullie mentorlessen dus gaan verzorgen en zullen jullie nu naar mij moeten komen als er iets is of als je iets wilt regelen. Ten tweede zal ik ook jullie groep begeleiden bij de uitjes. En daar heb ik ook nog iets over te vertellen. Zoals jullie misschien wel weten staat het jaarlijkse schoolkamp over twee weken gepland." Oké. Dat wist ik nog niet. Ik had de schoolgidsjes allemaal niet zo doorgelezen aan het begin van het jaar. "Schoolkampen zijn best leuk." zei ik goedkeurend. "Jup." zei Jun. Hij draaide met zijn pen tussen zijn vingers. Akiyama-sensei vertelde verder over het kamp en wat we konden verwachten, en mijn blik werd weer door de zonnestralen getrokken. Mijn gedachten dwaalden af naar het toekomstige schoolkamp. Lange boswandelingen. Zwemmen in het idyllische meertje dat natuurlijk aanwezig was. En marshmallows roosteren boven het knetterende kampvuur. Jun die Katashi in het meer duwde, zodat hij erg chagrijnig weer boven water zou komen. Uren lang kletsen met Rima en Hotaru op onze kamer. Rollebollen van heuvels, naar beneden. Lachen. Heel veel lachen. Bij zonsondergang op het strandje zitten en kijken hoe de zon achter de bomen van het bos verdween. Samen. De vlinders in mijn buik kwamen weer tot leven toen ik dacht aan al die dingen. Samen met de band. En samen met Hiro.

maandag 24 oktober 2011

Hotaru

Nadat ik redelijk lang met Akiyama-sensei had gedansd was ik toch weer buiten adem geraakt. Toen ik even uit ging rusten werd Akiyama-sensei ten dans gevraagd door Ishizuki-san, de jonge vrouw die bij de administratie zat. Akiyama had verontschuldigend gezwaaid toen hij met haar terug de dansvloer op liep. Nu zat ik weer alleen op een bankje en zocht door de zaal, maar ineens kon ik niemand van het groepje meer terugvinden. Fronsend zocht ik naar de knalrode jurk van Natsumi, die zou toch snel op moeten vallen, maar hij was nergens te bekennen. Ook Jun's witte pak was spoorloos, en Rima, Hiro en Katashi zag ik ook nergens. Zouden ze al terug naar de kamers zijn gegaan? Dat hadden ze me toch wel laten weten? Even maakte ik me zorgen. Wat als er iets gebeurd was? Kirino leek wel op oorlogspad te zijn geweest vanavond, maar dat zou toch niet de hele groep hebben weggejaagd? Toen ik verder keek zag ik Sayuri ook nergens. Ik was dus helemaal alleen over. Even overwoog ik om ook maar weer terug naar de kamer te gaan toen ik tot mijn opluchting de grote deuren van de zaal open zag zwaaien. Hiro en Natsumi liepen hand-in-hand naar binnen. Toen ze binnen waren lieten ze elkaars handen snel los en keken zoekend om zich heen. Natsumi vond me als eerste en trok Hiro even zachtjes aan zijn pols om hem mee mijn kant op te loodsen. "Waar is iedereen?" vroeg Natsumi zodra ze binnen gehoorsafstand kwam. Ik haalde mijn schouders op. "Geen idee! Ik was aan het dansen met... iemand, en toen was iedereen ineens weg. Inclusief jullie. Waar waren jullie ineens." Hiro en Natsumi wisselden een schichtige blik uit. "Wij waren even eh..." begon Natsumi onzeker. "Een luchtje scheppen." vulde Hiro aan. Ik knikte grijnzend, maar werd toen snel weer serieus. Hebben jullie Jun of Katashi gezien dan? Of Rima?" Hiro schrok een beetje. "Rima? Waar is Rima?" Ik trok een wenkbrauw op. "Dat weet ik dus ook niet. Verdwenen net als Jun en Katashi." Hiro sloeg zichzelf tegen zijn voorhoofd. "Ik was met Rima aan het dansen." mompelde hij schuldig. "Ik vroeg haar om even te wachten toen ik aan Natsumi ging vragen wat er was... maar ik ben niet echt teruggekomen." Wat er was? Ik volgde hem niet helemaal meer. "Wat was er dan met Natsumi?" vroeg ik terwijl ik van Hiro naar Natsumi keek en weer terug. "Doet er even niet toe." zei Natsumi snel. "Maar nu is Rima dus alleen?" Hiro knikte langzaam. "Als toen wij wegliepem Jun en Katashi ook al weg waren... En jij was aan het dansen... Dan was ze dus alleen over ja... Oh, wat stom van me." Hiro zette zijn hand tegen zijn voorhoofd en keek ernstig naar de grond. Het was duidelijk dat hij zich nogal schuldig voelde. "Jij kon ook niet weten dat iedereen weg was." zei Natsumi sussend. We hadden ondertussen niet in de gaten gehad dat de deur opnieuw open was gevlogen. Nu kwam er een in wit gehulde gestalte onze kant op. "Wat is hier aan de hand?" We keken allemaal op. Jun droeg zijn jasje niet meer, keek niet zo vrolijk, en zijn haar zat in de war. "Wat is er met jou gebeurd?!" vroeg Natsumi geschrokken. Jun wuifde haar vraag weg. "Kirino." zei hij kortaf, duidelijk niet van plan om het verder nog uit te leggen. "Waar is Katashi?" vroeg hij toen. Hij keek om zich heen. "En Rima." voegde hij er snel aan toe. "Dat vragen wij ons dus ook af." zei Hiro in gedachten verzonken. Jun zuchtte. "Hij zal toch niet terug naar de kamer zijn gegaan hè?" vroeg hij bezorgd. "Ik was nog helemaal niet uitgedanst." "Wat doen we nu dan?" vroeg ik terwijl ik de groep rondkeek. "Gaan we ze zoeken?" Er werd instemmend geknikt. "Ik had het toch wel een beetje gehad eigenlijk." zei Hiro met een verontschuldigende blik op Natsumi. Natsumi knikte begrijpend. "Dan gaan wij wel naar onze kamer, daar zal Rima waarschijnlijk ook zijn." Jun knikte. "Dan gaan Hiro en ik naar onze kamer, want ik durf ook te wedden dat we Katashi daar vinden." Hiro schudde zijn hoofd. "Nee, ik wil even zien of Rima oké is. Het is waarschijnlijk mijn schuld dat ze is weggelopen, en ik wil mijn excuses aanbieden dat ik haar op de dansvloer heb laten staan." Jun knikte langzaam. "Oké... Dan ga ik dus in mijn eentje op zoek naar Katashi." "Laten we gaan dan." zei ik, en ik stond moeizaam op. Zwijgend liepen we met zijn allen de zaal uit, op weg naar de brede stenen trap die naar de slaapkamers leidde.

zondag 16 oktober 2011

Hotaru

Buiten adem strompelde ik naar de punch-tafel. Sayuri was zo hyper over het feit dat ze met Jun had gedanst dat ze me net als een maniak de dansvloer over had gesleurd. Nu was ze gelukkig met een andere vriendin gaan dansen zodat ik even een rustpauze had. "Één bekertje punch graag." hijgde ik. "Maak er maar twee van." klonk een bekende mannenstem. Met een ruk draaide ik me om. Akiyama-sensei bekeek me van top tot teen. "Zo, jij ziet er... ongebruikelijk uit." zei hij verrast. Ik grinnikte vertwijfeld. Ik had al meer dan genoeg opmerkingen gehad over mijn jurk, maar zelf vond ik het geweldig. "Ach ja... Ik vond het wel een leuk idee om als Middeleeuws iemand naar het bal te gaan." zei ik bijna verontschuldigend. Akiyama-sensei glimlachte. "Dat was een goede ingeving." zei hij toen. "Je ziet er fantastisch uit!" Ik knipperde even met mijn ogen. Dat was niet helemaal wat ik verwachtte. "Ehm... Dankje." zei ik nog steeds wat verrast. "Oh, daar heb je onze punch!" zei Akiyama-sensei opgewekt. Hij pakte beide bekertjes aan en gaf er één aan mij. Dankbaar nam ik een slok. Ik had best wel dorst gekregen van het dansen. Ik voelde al duizelingen opkomen. Dat gebeurde nou altijd als ik me fysiek had ingespand. "Ik moet even gaan zitten." mompelde ik, en ik knikte licht naar Akiyama-sensei, ervanuit gaande dat hij ergens anders heen zou gaan. Maar tot mijn verrassing en ook ergens wel een beetje vreugde liep hij met me mee en bleef staan bij het bankje waarop ik ging zitten. "Gaat het wel?" vroeg hij ineens. "Je ziet een beetje bleek..." Ik haalde mijn schouders op. "Slechte conditie, teveel gedanst. Da's alles." Akiyama-sensei knikte langzaam en ging naast me op het bankje zitten. "Hmm... Jammer." zei hij nadenkend. "Dan zit een dansje voor mij er zeker niet meer in?" Hij keek me half grijnzend aan. Was hij nou serieus? Ik bestudeerde zijn gezicht. Hij zag er best jong uit, zag ik. Jonger dan hij was. En hoewel hij wel duidelijk de gelaatstrekken van een volwassen man had, had hij iets jeugdigs over zich. Een kinderlijke twinkeling in zijn ogen. "Mag jij wel met leerlingen dansen dan?" vroeg ik plagerig. "Aangezien je al een oude man bent enzo." Akiyama-sensei wees quasi-verbaasd op zijn borst. "Ik? Oud? Jij komt uit de Middeleeuwen!" Ik schoot in de lach. "Daar heb je een punt." "En bovendien..." ging hij verder, "Ben ik niet de enige." Hij gebaarde naar de plek op de dansvloer waar Kudou-sensei, de knappe, gespierde gymleraar rustig dansde met een blozende eerstejaars. Er stond nog een groep andere meisjes omheen, wachtend op hun beurt. Akiyama-sensei keek ernaar met iets van ergernis in zijn blik. "Maar meende je dat?" vroeg ik voorzichtig. Hij keek me vragend aan. "Van het dansen?" Ik knikte. "Natuurlijk!" zei hij toen. "Ik heb altijd al met een Middeleeuwse Deerne willen dansen!" Ik begon te lachen en knikte toen. Wat maakte het ook uit? Het was maar een dans. En hij was aardig, en ik was al wel weer een beetje uitgerust. "Goed dan." Akiyama-sensei stond op en liet zich op één knie zakken, waarna hij voorzichtig mijn hand vast pakte. Ik trok verbaasd mijn wenkbrauwen op. "Vrouwe Hotaru van de Zwarte Sneeuw," prevelde hij plechtig. "Mag ik deze dans van u?" Ik besloot maar mee te spelen met zijn act en giechelde theatraal. "Mijnheer Akiyama, dat zou me een genoegen zijn." kraaide ik. Akiyama-sensei grijnsde en trok me overeind. Voordat ik het wist bewogen we ons zwierig over de dansvloer. Ik kon het niet laten om tijdens het dansen schichtig om me heen te kijken. Wat nou als iemand ons zag en het verkeerde idee kreeg. Kudou-sensei stond bij de mensen die geen oogje op hem hadden immers ook bekend als een viezerik. Akiyama merkte mijn zenuwen op en bleef midden op de dansvloer staan. "Ben je weer duizelig?" Hij keek me onderzoekend aan. Ik vermeed zijn blik. "Nee... Het gaat wel. Alleen ehm... Weet je zeker dat dit oké is?" Akiyama fronsde even, maar glimlachte toen. "Nou, tenzij jij gaan rondvertellen dat ik je gedwongen heb met me te dansen, ja hoor, prima." Ik giechelde opgelaten. "Je voelt je toch niet gedwongen hè?" ik keek hem even aan. Zijn gezicht stond nu bloedserieus. "Nee!" zei ik snel. "Natuurlijk niet!" Akiyama's frons veranderde in een kinderlijke grijns. "Mooi. Laat ons dansen dan, Vrouwe Hotaru! De nacht is nog jong!"

zaterdag 8 oktober 2011

Hotaru

Ik kauwde tevreden op een croissantje terwijl Natsumi hyper deed over het bal die avond. Het was wel duidelijk waarom zij zo enthousiast was. Zij ging Hiro natuurlijk ten dans vragen. Of hij haar. Ik zag hoe ze tussen Natsumi's opgewonden gepraat door af en toe stiekem naar elkaar keken. Steeds als de één de ander zag kijken sloeg deze zijn of haar ogen neer. Het was best een vermakelijk schouwspel. Ik keek naar Rima, die met haar gedachten heel ergens anders leek te zijn en vroeg me af hoe zij zich vanavond zou bezighouden. Ze was over het algemeen niet echt één van Hiro en Natsumi's grootste supporters, al leek ze er al beter mee om te leren gaan. En ze kon altijd met mij dansen natuurlijk, want het leek erop dat ik ook niet echt een date had. Terwijl ik afwezig naar Rima staarde zag ik haar ineens naar iemand zwaaide. Ik volgde haar blik en herkende de jongen die gisteravond op de voorste rij helemaal uit zijn dak stond te gaan. Hij grijnsde van oor tot oor en zwaaide enthousiast terug. Ik grinnikte. Misschien had Rima dus wèl een danspartner. Ach, ik kon altijd proberen Jun zover te krijgen met me te dansen, gewoon als vrienden. En het leek me ook wel een uitdaging om Katashi de vloer op te krijgen. Ik was zo verzonken in mijn bal-gedachten dat ik niet eens doorhad dat er iemand bij onze tafel was komen staan. "Kuroyuki..." klonk een bekende stem ineens. Ik schrok op en keek recht in het gezicht van mijn geschiedenisleraar. "Akiyama-sensei..." mompelde ik. Hij stak zijn hand op bij wijze van een groet en keek de tafel rond. "Ik wou nog even zeggen dat ik erg van jullie optreden heb genoten gisteravond! Ik hoopte jullie toen nog tegen het lijf te lopen, maar jullie waren zo snel weg..." "We wilden nog even met z'n allen napraten over hoe het gegaan was." zei Jun opgewekt. Akiyama-sensei knikte. "Ik begrijp het. Maar jullie waren echt geweldig! Ik wist niet dat we hier zo'n talent in huis hadden!" "Talent?" vroeg Natsumi glunderend. "Vindt u dat echt?" Akiyama-sensei knikte opnieuw. "Jazeker! En jullie samenspel is fantastisch. Je kunt gewoon horen dat jullie goede vrienden zijn!" Ik keek glunderend de groep rond. Daar had hij wel gelijk in. "We kennen elkaar nog maar net hoor." zei Katashi, die onverschillig aan een stuk droge toast zat te knagen. Akiyama-sensei lachte. "Dat zegt niets. Jullie zitten in ieder geval muzikaal helemaal op één lijn. En jullie lijken toch steeds weer elkaars gezelschap op te zoeken." Katashi zuchtte. "Het is niet alsof ik erg veel keus heb..." Akiyama-sensei trok een wenkbrauw op. Jun sloeg snel een arm om Katashi heen, zodat Katashi bijna stikte in zijn toast en als een gek begon te hoesten. "Hij maakt maar een grapje hoor! Katashi is hartstikke dol op ons!" riep Jun, terwijl hij met zijn knokkels over Katashi's hoofd wreef. Akiyama-sensei moest lachen en keek even achterom. "In ieder geval was jullie performance erg goed. Ik kijk al uit naar het volgende optreden..." Hij pauzeerde even. "Want dat gaat er toch wel komen, hoop ik?" Nu begon de hele groep, zelfs Katashi, heftig te knikken. Akiyama-sensei grijnsde tevreden. "Nou, ik moet vast een les gaan voorbereiden. Ik zie jullie vanavond wel!" Hij zwaaide even en liep toen richting de deur van de eetzaal. Ik keek hem net iets te lang na en richtte me toen weer op mijn croissantje. "Aardige kerel..." mompelde Hiro. Ik knikte en merkte dat ik het haast als een persoonlijk compliment opvatte. Al had ik geen idee waarom...

zaterdag 27 augustus 2011

Hotaru

Na wat een eeuwigheid leek ging dat eindelijk het gordijn open. Het felle podiumlicht scheen recht in mijn gezicht, waardoor ik een paar keer met mijn ogen moet knipperen voordat ik iets zag. De zaal zat al behoorlijk vol. Er klonk een twijfelachtig applaus dat nog half voor de vorige act was, half voor ons. Ik voelde mijn hart bonzen in mijn keel. Dit was het dan. Ons moment. Dit was onze kans om te laten zien en vooral te laten horen wie we waren. Ik keek even over mijn schouder. Iedereen zag er geweldig uit. Jun zat even relaxed als altijd onderuitgezakt achter zijn drumstel. Óf hij was totaal niet zenuwachtig, of hij wist het bizar goed te verbergen. Katashi zat nogal ongemakkelijk aan zijn hoedje te trekken en keek voornamelijk naar de grond. Hiro keek wat afwezig naar Natsumi, die neurotisch van het ene been op het andere wipte, en Rima zag nogal bleek en keek naar haar bas. Omdat we begonnen met mijn liedje hadden de anderen op het laatste moment besloten dat ik de inleidingsspeech mocht geven. Waarschijnlijk had dat er ook alles mee te maken dat Natsumi, onze voorzitter die dus eigenlijk deze eer zou moeten hebben nog net niet had zitten hyperventileren van de zenuwen. Als ze ook nog het spits af had moeten bijten was dat waarschijnlijk wel gebeurd. Ik haalde diep adem en schraapte mijn keel. Een door de microfoon versterkte kuch galmde door de zaal. Hier en daar lachte iemand. Ik voelde mijn benen een beetje wiebelig worden. "Ehm... Hoi." mompelde ik voorzichtig. De mensen op de voorste rij keken verwachtingsvol toe. Koortsachtig probeerde ik me te bedenken wat ik moest zeggen. Ik had dit eigenlijk voor moeten bereiden. Ik liet mijn blik over het publiek glijden en zag het hartvormige gezichtje van Sayuri. "Zet hem op, Hotaru!" zei ze geluidloos. Ik glimlachte en keek verder. Opnieuw zag ik een bekend gezicht op de eerste rij, en deze liet mijn hart een heel klein sprongetje maken. Akiyama-sensei ving mijn blik en maakte een V-teken met zijn vingers. Oké, nu moest ik iets zeggen. Ik keek naar de microfoon en knikte lichtjes. "Wij zijn Pizza-Flavoured Cotton Candy." zei ik langzaam. Mijn stem klonk al ietsjes krachtiger. "We begonnen een paar weken geleden als een groep mensen die niets van elkaar wisten, maar een passie deelden voor muziek." Ik keek even achterom en zag dat de anderen me goedkeurend aankeken. Behalve Katashi, die staarde verveeld voor zich uit." Ik glimlachte en ging verder. "In korte tijd hebben we elkaar verrassend goed leren kennen. En hoewel we allemaal nogal verschillend zijn, vullen we elkaar goed aan. Ik gebaarde naar Rima, die rechts van me stond. "Rima, onze schattige en introverte bassiste, Hiro, onze stille, maar bijzonder attente en verstandige violist, Jun, onze opgewekte drummer die altijd in is voor een geintje, Katashi, onze... eh... ontzettend modebewuste toetsenist..." Achter me schoot Jun in de lach. Ook aan Natsumi ontsnapte een onderdrukte giechel. Ik slikte even en keek schuchtig naar Katashi, die me nijdig aankeek. Toen ik naar Natsumi keek verzachtte mijn uitdrukking weer. "En natuurlijk Natsumi, onze excentrieke, creatieve, en altijd stralende gitariste en voorzitter, die onder andere onze fantastische bandnaam heeft bedacht, en naast voorzitter ook de mascotte van onze band is. Zonder haar zouden we hier nooit hebben gestaan, maar dat geldt eigenlijk voor iedereen die hier staat." Mijn stem begon aan stabiliteit te verliezen. Shit. We waren nog niet eens begonnen en ik werd nu al emotioneel. "Oké. Genoeg gepraat." zei ik met trillende stem. "Laten we maar gewoon muziek gaan maken." Ik wilde het eerste akkoord al aanslaan toen Rima haar microfoon greep. "Je vergeet jezelf!" riep ze met een hoog stemmetje. "Oh ja..." Ik kon mezelf wel voor mijn hoofd slaan. Mooie introductie was dit. Dit zou Natsumi toch wel beter hebben gekund? "Nou ja... Ik ben dus Hotaru." zei ik, een stuk zachter dan ik de rest van de introductie had gedaan. "Ik speel normaal cello, maar nu even akoustisch gitaar omdat ik anders niet kan zingen." Er ging een zwak lachje door de zaal. Ik keek achterom naar Jun, die knikte, en vervolgens aftelde met zijn drumstokjes. "1, 2, 3, 4." Natsumi en ik zette de eerste akkoorden van Invisible To You in, en al snel kwamen Rima's bas en Jun's drums erbij. Het klonk een stuk levendiger dan met alleen gitaar, en toen ik begon aan het eerste couplet merkte ik dat mijn stem alweer iets krachtiger was geworden, maar je hoorde de brok in mijn keel nog wel een beetje. Bij het refrein vielen ook Natsumi en Rima in. Ze zongen de harmonieën perfect, en het klonk geweldig bij elkaar. Het tweede couplet zong Rima. Haar stem klonk zoals gewoonlijk verrassend diep, en je zag mensen in het het publiek verbaasd opkijken. Ik maakte oogcontact met Natsumi, die me stralend aankeek. Ze had knalrode wangen en een grijns van oor tot oor. Van haar zenuwen leek niet veel meer over te zijn. Na het tweede refrein kwam de bridge, Natsumi's lead, ondersteund door Hiro's viool. Hiro had het grootste deel van het liedje niet veel gedaan, maar nu was hij dan ook helemaal in zijn element. Natsumi knalde de hoge noten er indrukwekkend uit, en Hiro's vioolspel sloot perfect aan bij haar zang. Het was alsof hij het speciaal voor haar speelde, en alsof zij het speciaal voor hem zong, ook al was het niet zo'n vriendelijk liedje. Spontaan kreeg ik een beetje spijt dat het geen liefdesliedje was. Hiro keek breed grijnzend naar Natsumi, die haar microfoon bijna tegen haar lippen aandrukte. Na het derde refrein kwam de instrumentale solo. Katashi ramde als een bezetene op de toetsen van zijn keyboard, en Rima's vingers vlogen over de snaren van haar bas. Het was geweldig om te zien, iedereen had zoveel plezier! Ik voelde de brok in mijn keel weer opkomen, waardoor het belten in het laatste refrein me zwaarder afging dan normaal. Gelukkig compenseerden Rima en Natsumi daarvoor. Hun gezichten glommen van het zweet. Ik voelde nu tranen prikken in mijn ogen. Wat was ik toch een sentimenteel persoon, maar dit was gewoon zo ontzettend gaaf. De outtro was voor Natsumi en Katashi, nog lichtjes ondersteund door Rima en Jun, en nadat de laatste noot was aangeslagen was het ineens oorverdovend stil. Even dacht ik dat ik het allemaal gedroomd had en net was wakker geworden, maar toen barstte het publiek uit in een ongelofelijk applaus. Mijn mond viel open van het geluid. Het was fantastisch. Mensen grijnsden breed en klapten enthousiast. Sommigen juichten en floten, en een paar mensen waren zelfs opgestaan! Nu kon ik me echt niet meer inhouden. Dikke tranen stroomden over mijn toch al kletsnatte gezicht. "Dankjewel!" snikte ik in de microfoon. Ook Rima en Natsumi bogen voorover om iets in de microfoon te roepen. Ik haalde mijn neus op en keek vol verwondering de zaal in. Wat was dit ongelofelijk gaaf!

maandag 18 juli 2011

Hotaru

Rima bleef wel heel erg lang weg. Ik had een donkerbruin vermoeden dat het iets te maken had met het feit dat Hiro en Natsumi hand in hand uit het spookhuis waren gekomen. Ik was blij voor ze, maar ik voelde me ook schuldig tegenover Rima. En tijd lang liepen we wat doelloos met z'n drieën rond, maar Hiro en Natsumi hadden vooral oog voor elkaar. Na een tijdje ging ik me toch wel zorgen maken om Rima en voelde ik me ook wel een beetje een vijfde wiel. "Ik ga even kijken waar Rima blijft." zei ik tegen Natsumi, die even knikte. Ik draaide me om en begon in de tegengestelde richting te lopen van Hiro en Natsumi, zonder te weten waar ik eigenlijk heen ging. Moest ik op de wc gaan kijken? Dat was duidelijk een excuus, dus waarom zou ze daar echt heen zijn gegaan. Tenzij ze op de grond zat te huilen ofzo... Ik slikte. Dat was best iets voor Rima... Maar zo dramatisch zou het toch niet zijn? Het was niet alsof ze voor haar neus hadden staan zoenen ofzo. Ik schudde mijn hoofd om het beeld kwijt te raken en keek gedesoriënteerd om me heen. Waar was ik aan begonnen? Ze kon overal wel zijn. "Zoek je iets?" Een bekende stem klonk van achter mijn rug. Ik draaide me met een ruk om en keek in de donkerblauwe ogen van Akiyama-sensei, mijn geschiedenisleraar. Ik voelde mijn wangen gloeien, iets dat vaker gebeurde als hij in de buurt was, maar negeerde het. "Ehm... Tsukiyomi Rima... Ik ben haar uit het oog verloren na het spookhuis. Akiyama-sensei's glimlach maakte plaats voor een bezorgde blik. "Niet gezien... Maar moet ik helpen zoeken?" Ik schudde mijn hoofd. "Nee, dat hoeft niet. Maar bedankt voor het aanbod. Als je haar ziet, zeg maar dat ik haar zoek." Akiyama-sensei knikte en haalde een hand door zijn zandkleurige haar. "Zal ik doen." mompelde hij instemmend, toen begonnen er verderop een paar jongens te stoeien. "Oh... Ik moet even ingrijpen denk ik." Het klonk verontschuldigend. Ik knikte begrijpend. "Veel plezier nog op het festival!" Ik keek hem lang na. Hij was nog helemaal niet zo heel oud. Begin dertig ofzo. Misschien zelfs eind twintig. Ik schudde geïrriteerd mijn hoofd. Verliefd worden op een leraar, dat was wel het domste wat ik kon doen.