Klein stuk, maar dan kunnen jullie weer verder.
zondag 24 juli 2011
Jun
"Het spijt ons Rima" zei ik, ik onderdrukte het ongemakkelijke gevoel dat me vanbinnen op at. Rima had tranen in haar ogen staan en liep naar me toe. Met haar kleine hand greep ze mijn arm vast en trok ze me van mijn bed. Vervolgens duwde ze Katashi van het bed en begon ze razendsnel alle games terug in de tas te stoppen. Ze haalde Mortal Kombat uit het playstation en stopte die ook in de tas. De tas schoof ze netjes terug onder haar bed. Ze rechtte haar rug en ging tegenover ons staan. "Niemand hoeft dit te weten!" zei ze. Ik knikte snel. "Baka" Ik hapte naar adem toen ik een vuist in mijn maag voelde. Rima rende langs me heen en ging de kamer weer uit.
zaterdag 23 juli 2011
Hiro
Geamuseerd keek ik hoe Natsumi een pluk van de roze fluffige substantie trok en het in haar mond stak. Haar vingers hield ze nog lang tegen haar lippen aan, en op de één of andere manier fascineerde het me. Toen ze de suikerige substantie had doorgeslikt nam ze nog een hap. En nog één. Ik was zo gefocust op Natsumi dat ik vergat zelf van de suikerspin te eten. Het maakte me ook eigenlijk niet zoveel uit. Ik hield toch niet van suikerspinnen. Plakkerige zoete troep. Het was veel leuker om Natsumi ervan te zien genieten. Na de zoveelste hap hield Natsumi plotseling op met eten. Ze keek me een beetje verwonderd aan. Er zat wat roze suiker op haar bovenlip. Moest ik er wat van zeggen? Moest ik het er vanaf vegen? Nee, natuurlijk niet. Dat zou raar zijn. Maar ergens wilde ik het wel. Ik vroeg me af hoe haar lippen zouden voelen. Ze zagen er zacht uit... Waar dacht ik aan? Ik klemde mijn kaken op elkaar. Ik moest ophouden met dit soort gedachten. Ik probeerde mijn hoofd leeg te maken en zag dat Natsumi ondertussen nog steeds naar me keek. "Hé." zei ze toen ineens. "Je moet zelf wel eten!" Ze trok een dikke pluk roze fluffigheid van het stokje en stak het in de lucht. "Hier." zei ze, terwijl ze haar hand naar mijn mond bracht en ik me met een schok besefte wat ze van plan was. Moest ik dit toelaten? "Zeg maar aaaaaaah." zei Natsumi onschuldig. De moed zonk me in de schoenen. Ze zocht er overduidelijk niks achter. Natsumi was één en al onschuld. Het voelde bijna als verraad om er zulke gedachten over te hebben. Ik moest haar gewoon als een vriendin benaderen, zoals zij mijn benaderde als een vriend. Die gedachte maakte me een beetje verdrietig. Langzaam opende ik mijn mond en proefde de misselijkmakende zoetheid. Ik voelde het droge zachte spul wegsmelten op mijn tong, maar ik voelde ook nog iets anders... Mijn hele lichaam leek te bevriezen en vervolgens vlam te vatten toen Natsumi's vingers mijn lippen raakten. Ik stond als aan de grond genageld en kon me niet bewegen. Even leek de tijd stil te staan. Dat moest haast wel, want Natsumi bewoon ook niet. Tot ze abrupt haar arm terugtrok en haar blik afwendde. Ze boog haar hoofd en keek naar de grond, zodat ik tegen de bovenkant van haar lange wimpers aankeek. Ik haalde diep adem. Waarom was ze ook zo mooi? Er viel een lange, onaangename stilte, waarvan ik niet wist hoe ik hem moest verbreken. Natsumi zweeg ook, het leek bijna alsof de gebeurtenis haar net zo van haar atuk had gebracht als dat het met mij had gedaan. Maar dat kon bijna niet, toch? Na wat een eeuwigheid leek opende Natsumi eindelijk haar mond om iets te zeggen. Nu komt het, dacht ik. Een droge opmerking van Natsumi zoals ik gewend was. Ze zou de hele situatie weer draaglijk maken door er iets simpels over te zeggen. Ze zou het allemaal relativeren, een grapje ervan maken, erom lachen, en dan zouden we het kunnen vergeten. Dan zou ze bewijzen dat het een ongelukje was, dat het niets betekende. Waarschijnlijk had ze niet eens doorgehad dat haar vingers mijn lippen raakten. Ik verlangde naar die woorden, maar ik was er ook bang voor. Hoe zeer ik mezelf er ook van probeerde te overtuigen dat dit alles voor Natsumi niks voorstelde, ik hoopte stiekem dat het niet waar was. Ik hoopte stiekem dat Natsumi hetzelfde voor mij voelde als ik voor haar. Dat mijn aanwezigheid haar net zo nerveus en onzeker maakte, maar ook net zo warm en gelukkig, en dat zij dezelfde vreemde gedachten had over mij als ik over haar. En dat elke aanraking bij haar net zoveel teweeg bracht als bij mij, maar dat was duidelijk niet het geval. En dat ging ze nu bewijzen, met haar bevrijdende woorden. Hoewel ik achteraf zou moeten toegeven dat haar woorden, of eigenlijk haar woord, niet helemaal was wat ik verwachtte. "Pindakaas."
Pindakaas. Ik had geen idee wat ze daarmee bedoelde. Ik had geen idee hoe ik daarop moest reageren. Ik had geen idee wat ik moest doen of moest zeggen. Mijn hele brein leek de substantie hebben gekregen van het gesmolten suikerige goedje waarvan de smaak nog in mijn mond zat. Ik kon niet meer helder nadenken, en op de meeste vragen die op dat moment in mijn hoofd opkwamen wist ik geen antwoord, maar één ding wist ik wel: Voortaan hield ik van suikerspinnen.
Natsumi
Ondertussen waren Hiro en ik naar buiten gelopen. We hadden elkaars hand nog steeds vast. Ik raakte er toch nog steeds niet aan gewend. Zijn warme vingers bleven erg aanwezig in de mijne. 'Ik heb zin in iets lekkers.' zei ik vrolijk. De gedachten aan het concert dat eraan zat te komen maakten me aan de ene kant ontzettend zenuwachtig, maar aan de andere kant zo hyperactief als ik maar kon worden. 'Nou, er zijn hier allemaal kraampjes met eten. Dus dat moet wel goed komen.' zei Hiro met een glimlachje. Ik knikte enthousiast. We liepen een eindje, tot we uiteindelijk bij een Suikerspin kraampje uit kwamen. 'COTTON CANDY!' gilde ik enthousiast. Verscheidene mensen keken om, maar het maakte me niet uit. 'Dat moeten we eten! Alleen al omdat het symbolisch is voor ons eerste optreden. Kom Hiro-pon!' Ik sleepte Hiro mee naar het kraampje. Toen we er stonden begon ik naar mijn geld te zoeken. Hiro bestelde ondertussen zijn suikerspin al. Ik doorzocht alle zakken van mijn broek en keek zelfs in mijn sokken, maar ik kon geen geld vinden. Ik keek beteuterd op. 'Ik heb geen geld.' zei ik toen ik naar Hiro keek die de grote roze suikerspin al vast had. 'Oh. Wacht even. Misschien heb ik nog iets.' zei Hiro en hij begon met zijn vrije hand in zijn broekzak te voelen, maar kwam tot de conclusie dat hij niet genoeg geld had. 'Dan mag jij hem hebben.' zei hij, en hij stak de suikerspin uit naar mij. 'Oh nee. Jij hebt die suikerspin gekocht. Die ga ik niet opeten. We delen hem wel.' zei ik vastberaden. Hiro's ogen flitsten even naar de suikerspin en toen terug naar mij. Toen glimlachte hij. 'Oké. Goed. Doen we.' zei hij. Ik glimlachte even en plukte toen een stukje van de suikerspin af. Het was zacht en roze en plakkerig en ik stopte het in mijn mond. Het smolt meteen en wat overbleef was een suikerachtige substantie. Ik vond het geweldig. Ik nam nog een hapje en daarna nog een. Maar Hiro had alleen nog maar de suikerspin vastgehouden. 'Hé. Je moet zelf wel eten! Hier.' Ik plukte een stukje van de suikerspin af en bracht het naar Hiro's mond. 'Zeg maar aaaah.' zei ik en ik hield het pluimpje suiker voor zijn lippen. Hiro's mond ging langzaam open en ik stopte het stukje in zijn mond. Mijn vingers raakten zijn lippen en er ging een siddering door mijn hele lichaam. Mijn hand bleef een tijdje hangen bij Hiro's mond, tot ik besefte wat ik eigenlijk aan het doen was. Ik trok mijn hand snel terug en werd vuurrood. Ik keek naar beneden. Ik wilde niet dat Hiro mijn knalrode gezicht zou zien. Mijn hele buik zat vol met kriebelende insecten, zo voelde het tenminste. Ik hoopte vurig dat het niet echt zo zou zijn. Het bleef stil. Erg lang. Zou Hiro boos op me zijn? Ik zou niet weten waarom.. Maar het zou toch kunnen? Dat hij boos op me was? En wat moest ik dan doen? Ik slikte en bleef naar de grond kijken. Ik kon niet tegen de stilte. Ik durfde niks te zeggen, maar er kwam ook niks van Hiro's kant vandaan. Ik voelde een hevige drang om toch iets te zeggen, maar ik wist niet wat het was. Deze stilte moest doorbroken worden. Maar hoe. Ik moest iets zeggen. Ik moest nu iets zeggen. Mijn verontschuldigingen aanbieden.. Sorry zeggen. Ja. Dat moest ik doen. Ik keek omhoog. 'Pindakaas.'
woensdag 20 juli 2011
Rima
Vol verrukking at ik mijn chocolade gebakje op. Het duurde even voor tot me doordrong dat er iemand naar me stond de staren. Ik keek redelijk geïrriteerd op. "Zou ik hier mogen zitten? De rest is bezet en jij zit hier toch alleen" zei het meisje dat naar me stond te storen met een redelijk hoge stem. "Ga je gang" zei ik en ik nam een nieuwe hap van mijn gebakje. Het meisje ging zitten en ik bekeek haar. "Ken ik jou niet ergens van?" vroeg het meisje. Ik haalde mijn schouders op. "Zit jij niet in die band van Hideyoshi-senpai?" "Ja, Pizza flavoured cotton candy" zei ik. Het meisje glimlachte. "Jij bent Tsukiyomi-san, niet?" vroeg ze. Ik knikte. "Ik ben Miyamoto Sayuri" ze boog licht met haar hoofd. Ik glimlachte kort. "Ik ben een vriendin van Hotaru-san. Jullie band is echt heel goed!" Sayuri werd opgewekt. "We hebben vanmiddag ons eerste optreden!" spontaan vond ik haar aardig. "Dat weet ik! Ik vind het zo cool!" zei Sayuri en ze klapte opgewekt met haar handen. We praatte nog een tijdje over de band en veel over Jun. Erg veel over Jun. Uiteindelijk kwam dan toch het moment dat onze bordjes leeg waren, net zoals onze kopjes. "Ik moet nu weg, tot bij het optreden!" zei ik toen ik opstond. Sayuri knikte. Ik stak mijn hand op en liep het café uit. Ik was weer helemaal vrolijk. Bijna huppelend ging ik terug naar mijn kamer. Zonder te kloppen liep ik naar binnen en ik zag Jun en Katashi geschrokken omkijken. Ik sperde mijn ogen wijd open toen ik vecht-scènes van Mortal Kombat op de televisie zag. Met een trillende vinger wees ik naar het tv-scherm. "Hoe kom je daar aan!" piepte ik. Daarna viel mijn oog op een plastic zak met veel meer games. Met wangen werden rood toen ik zag dat er enkele Adult Dating Sim-games naast lagen. "Waarom hebben jullie in mijn spullen zitten neuzen?"
maandag 18 juli 2011
Hotaru
Rima bleef wel heel erg lang weg. Ik had een donkerbruin vermoeden dat het iets te maken had met het feit dat Hiro en Natsumi hand in hand uit het spookhuis waren gekomen. Ik was blij voor ze, maar ik voelde me ook schuldig tegenover Rima. En tijd lang liepen we wat doelloos met z'n drieën rond, maar Hiro en Natsumi hadden vooral oog voor elkaar. Na een tijdje ging ik me toch wel zorgen maken om Rima en voelde ik me ook wel een beetje een vijfde wiel. "Ik ga even kijken waar Rima blijft." zei ik tegen Natsumi, die even knikte. Ik draaide me om en begon in de tegengestelde richting te lopen van Hiro en Natsumi, zonder te weten waar ik eigenlijk heen ging. Moest ik op de wc gaan kijken? Dat was duidelijk een excuus, dus waarom zou ze daar echt heen zijn gegaan. Tenzij ze op de grond zat te huilen ofzo... Ik slikte. Dat was best iets voor Rima... Maar zo dramatisch zou het toch niet zijn? Het was niet alsof ze voor haar neus hadden staan zoenen ofzo. Ik schudde mijn hoofd om het beeld kwijt te raken en keek gedesoriënteerd om me heen. Waar was ik aan begonnen? Ze kon overal wel zijn. "Zoek je iets?" Een bekende stem klonk van achter mijn rug. Ik draaide me met een ruk om en keek in de donkerblauwe ogen van Akiyama-sensei, mijn geschiedenisleraar. Ik voelde mijn wangen gloeien, iets dat vaker gebeurde als hij in de buurt was, maar negeerde het. "Ehm... Tsukiyomi Rima... Ik ben haar uit het oog verloren na het spookhuis. Akiyama-sensei's glimlach maakte plaats voor een bezorgde blik. "Niet gezien... Maar moet ik helpen zoeken?" Ik schudde mijn hoofd. "Nee, dat hoeft niet. Maar bedankt voor het aanbod. Als je haar ziet, zeg maar dat ik haar zoek." Akiyama-sensei knikte en haalde een hand door zijn zandkleurige haar. "Zal ik doen." mompelde hij instemmend, toen begonnen er verderop een paar jongens te stoeien. "Oh... Ik moet even ingrijpen denk ik." Het klonk verontschuldigend. Ik knikte begrijpend. "Veel plezier nog op het festival!" Ik keek hem lang na. Hij was nog helemaal niet zo heel oud. Begin dertig ofzo. Misschien zelfs eind twintig. Ik schudde geïrriteerd mijn hoofd. Verliefd worden op een leraar, dat was wel het domste wat ik kon doen.
zaterdag 16 juli 2011
Katashi
Ik zat naast Jun op de grond voor het kastje van Rima. Ik wist dat wat we deden niet goed was, maar dit.. Dit was gewoon te schokkend om niet te bekijken. Het kastje lag echt vol met allemaal Anime dingen. En dan niet alleen de onschuldige Mahou Shoujo wat ik Rima dan nog wel zag kijken. Ik wist niet wat ik moest zeggen, en Jun kennelijk ook niks want er kwam niet zoveel uit zijn mond. We wisselden zo nu en dan veel betekenende blikken uit waarbij ik ernstig in zijn paars achtige ogen keek. Na een tijdje hadden we alles bekeken wat er in het kastje zat. 'Laten we..' begon Jun. Hij wist kennelijk niet wat hij verder wilde zeggen. 'Ja.. Goed plan..' mompelde ik terwijl ik ook geen flauw idee had van wat hij had willen zeggen. Kennelijk bedoelden we wel hetzelfde want tegelijkertijd deden we het laatje van het kastje dicht. Ik stond op en ging met mijn rug tegen een bed aanzitten. Jun plofte na een paar ogenblikken naast me neer. We keken elkaar niet aan en staarden allebei naar voren. 'En nu?' zei Jun na een tijdje. Ik dacht even na. 'Het lijkt met handigst niks te zeggen.. Dat lijkt me voor Rima ook het.. prettigst..' mompelde ik. Ik hoorde Jun instemmend mompelen en ik keek even naar zijn kant toe. Zijn blonde haar zat gedeeltelijk voor zijn ogen. Ik had zin om het er vandaan te vegen. Ho.. Wat?! Waar had ik precies zin in? Nee.. Daar had ik helemaal geen zin in! Natuurlijk had ik daar geen zin in gehad! Ik verbeeldde mezelf dingen.. Precies op dat moment keek Jun mijn kant op en glimlachte hij een beetje flauwtjes. 'Ik ook altijd met mijn nieuwsgierige gedoe.. Het brengt me altijd alleen maar in de problemen.' zei hij. Ik kon wel zien dat hij zich er goed rot om voelde. 'Ach.. Het komt vast wel goed. En het was niet jouw schuld. Ik keek ook. Ik ben even goed schuldig enzo. En we zitten hier samen in en komen er ook samen wel uit.' hoorde ik mezelf zeggen. Het klonk alsof ik niet aan het praten was. Ik zag Jun's gezicht een beetje opklaren en kon het blije gevoel in mijn maag niet onderdrukken. Het gaf je een erg deprimerend gevoel als Jun verdrietig keek.. Maar als hij lachte leek de zon weer te schijnen en de donkere wolken waren allemaal weer weg.
donderdag 7 juli 2011
Rima
Ik stond nu al een poosje met Hotaru te wachten bij het einde van het spookhuis. We zeiden niet veel. Het was eigenlijk best wel saai. Eindelijk kwamen Hiro en Natsumi dan naar buiten. Hand in hand. Ik slikte. "Ik ga even naar het toilet" zei ik zachtjes. Ik liep de andere kant op en balde mijn vuisten tijdens het lopen. Rima, je moet het gewoon accepteren. Het is zoals het is, je kunt er niets aan doen, zei ik tegen mezelf. Ik ging de toilet ruimte in en ging in de rij staan. Waarom moesten er altijd zoveel mensen naar de wc? Dat was ook altijd op Anime-cons en weet ik wat. Ik had helemaal geen zin om te wachten en ging weer weg. Ik had ook geen zin om Natsumi en Hiro over elkaar heen zien te kwijlen dus ik ging gewoon even een eindje lopen. In mijn eentje. Alweer. Dat deed ik de laatste tijd vaker. Ik liep de gang uit en een trap af naar beneden. Hier zat het maidcafé. Ik hield van maids. Ze waren schattig. Ik sloot aan in de rij. Weer wachten. Deze rij ging best snel. Het duurde ook niet lang voordat ik binnen zat aan een tafeltje. Voor me stond een kopje thee, het servies was wit, versierd met roze bloemetjes. Er stond ook een klein, rond, chocolade gebakje. Het rook heerlijk.
Kort in inspiloos >.<
Abonneren op:
Posts (Atom)